Voetproblemen
>> Terug naar "Wat is CES?"
Veel mensen met het cauda equina-syndroom hebben problemen met hun voeten. Dat komt omdat de zenuwen, die de huid en spieren van de voeten aansturen, niet goed meer functioneren. In de praktijk is er vaak weinig aandacht voor klachten aan de voeten. Dat is jammer. Pas wanneer je problemen met je voeten krijgt, merk je hoe belangrijk ze zijn.
Hieronder vind je - in alfabetische volgorde - meer informatie over de verschillende voetproblemen die zich bij het caudasyndroom kunnen voordoen. Ook kun je lezen wat je er aan kunt (laten) doen.
KLAPVOET
De zogenaamde klapvoet ontstaat door zwakte of uitval van de spieren die de voet en tenen naar buiten draaien en opheffen. De voet kan niet normaal worden afgewikkeld en ploft bij het neerzetten vaak hoorbaar op de grond. Tijdens het lopen is het niet mogelijk om goed af te zetten. Wanneer er geen hulpmiddel wordt gebruikt, valt de voet in de zwaaifase van het lopen naar binnen en naar beneden. Vaak krijgt een klapvoet een naar binnen en beneden gedraaide ruststand omdat er geen tegenwicht wordt geboden aan de wel werkende kuitspieren en diepe flexoren. Lopen zonder hulpmiddelen gaat heel onhandig en goed lopen is, ook met een goed hulpmiddel, onmogelijk.
Wat is er aan te doen?
- Een brace (enkel-voet orthese kan helpen om het loopvermogen te verbeteren en om struikelen te voorkomen.
- Hoge orthopedische schoenen dragen bij aan stabiliteit en maken dat je grotere afstanden kunt lopen.
- De ernstigste symptomen van een klapvoet kunnen vaak verholpen worden door een of meer peestranposities. Bij deze operatie worden spieren, die wel functioneren, verbonden met pezen van verlamde spieren. Zo krijgen de wel werkende spieren (deels) de functie van de verlamde spieren (erbij).
- Het is van belang om te blijven bewegen zodat de spierkracht, die er wel is, op peil blijft, en zodat zwakke spieren voor zover mogelijk kunnen worden versterkt. Een fysiotherapeut kan de juiste oefeningen hiervoor geven.
KLAUWTENEN
Doordat sommige spieren in de voeten zwakker zijn geworden of helemaal niet meer functioneren, trekt de voet aan de onderkant hol, wordt de voetboog hoog en gaan de tenen klauwen. In het begin is het nog mogelijk om de tenen in de juiste stand te krijgen door op de onderkant van de voet te duwen. In de loop van de tijd wordt de klauwstand blijvend.
Bovenop de tenen ontstaat wrijving met de schoen en dat is pijnlijk. Ook kan er eelt of een likdoorn op de teentoppen en/of de teenknokkels ontstaan. Bij uitval van het gevoel kunnen gemakkelijk wondjes ontstaan.
Wat is er aan te doen?
- Draag goed passende schoenen, met voldoende ruimte bij de tenen.
- Laat eventueel steunzolen aanmeten.
- Om te voorkomen dat klauwtenen hamertenen worden (dus in die stand vast gaan groeien), moet je je voeten en tenen regelmatig bewegen, buigen, stretchen. Hierbij kun je ook een voetmassageroller of bijvoorbeeld een deegroller gebruiken.
- Als de klachten heel erg zijn, is een operatie te overwegen.
KOUDE / WARME (WINTER) VOETEN
Door stoornissen in de gevoelszenuwen wordt de temperatuur van de huid niet goed meer geregeld. Daardoor heeft iemand met het caudasyndroom vaak last van - afwisselend - extreem koude of juist oververhitte, jeukende (winter)voeten. De huid voelt meestal koud aan terwijl je het gevoel hebt dat je voeten gloeien. Bij overgang van kou naar warmte kan er jeuk optreden. De voeten en met name de tenen vertonen alle mogelijke kleuren roze, blauw en paars. Dit alles is het gevolg van een gestoorde doorbloeding en die wordt veroorzaakt door de beschadigde zenuwen in de voeten.
Wat is er aan te doen?
- Draag in de winter wollen sokken.
- Maak, als dat mogelijk is, een wandeling voor het slapen gaan of doe oefeningen met de voeten, beweeg ze even flink.
- Laat 's avonds in bed de voeten langzaam warm worden met behulp van een elektrische deken of een lauwwarme kruik. Het is belangrijk dat je voeten niet te snel te warm worden. Zo voorkom je wintervoeten. Pas wel op voor brandwonden, die voel je namelijk niet als je voeten gevoelloos zijn. Maak een kruik niet te heet en zet de elektrische deken op tijd weer uit. Bij gevoelloosheid moet je oppassen voor brandwonden.
NAGELS, breekbare
Door de beschadiging van de gevoelszenuwen krijgen de teennagels minder ‘voeding’ en zullen ze na verloop van tijd dunner en breekbaarder worden.
Wat is er aan te doen?
- Besteed extra aandacht aan een goede en regelmatige verzorging van je nagels.
- Ga zo nodig naar een pedicure (liefst een die gespecialiseerd is in ‘diabetische voet’).
SCHOENEN, niet meer passende
Veel mensen met het caudasyndroom wacht een onaangename verrassing: hun schoenen passen ineens niet goed meer. Doordat sommige spieren of spiergroepen in de voeten zwakker zijn geworden of helemaal niet meer functioneren, verandert de vorm van de voet. De wreef is hoger en de voet trekt aan de onderkant hol.
Wat is er aan te doen?
- Het is erg belangrijk om goed passende schoenen te dragen, die voldoende steun geven en een zo vlak mogelijke zool hebben.
- Je kunt schoenzooltjes laten aanmeten, bijvoorbeeld door een podoposturaal therapeut of orthopedisch schoenmaker.
- Vraag zo nodig via je (revalidatie)arts een verwijzing naar een orthopedisch schoenmaker voor een op maat gemaakte schoen.
STAAN is vermoeiend
Normaal heb je relatief weinig spierkracht nodig om in balans te blijven als je staat. De huid speelt daar een belangrijke rol bij. Je tenen, die tegen de grond worden gedrukt, geven informatie over de positie van je voeten, waardoor de voet- en beenspieren kunnen zorgen voor het evenwicht.
Iemand met het caudasyndroom heeft al een verminderde spierkracht in benen en voeten, waardoor het lastiger is om in balans te blijven. Maar de gevoelloosheid of verminderde gevoeligheid van de huid in met name de buiten-zijkant en onder-zijkant van de voeten en van de tenen maakt het nog moeilijker. De verschillende spieren moeten harder werken om het lichaam in evenwicht te houden, zij moeten vaker en heftiger corrigeren. Staan is daardoor relatief vermoeiend voor mensen met een caudasyndroom.
Wat is er aan te doen?
Door training en het doen van oefeningen kunnen de been- en voetspieren sterker worden. Je kunt hiervoor het beste te rade gaan bij een fysiotherapeut.
VOETSCHIMMEL
Het komt voor dat mensen met het caudasyndroom opeens (meer) last krijgen van voetschimmel.
Wat is er aan te doen?
- Droog je voeten na het douchen/baden zorgvuldig af met een aparte handdoek.
- Vraag je huisarts zo nodig om een speciale crème tegen voetschimmel.
VOETZOOL, overgevoelige
De grote spier midden onder de voet is vaak verkrampt als gevolg van de spierproblemen die bestaan. Dat heeft tot gevolg dat zelfs het kleinste steentje in de schoen of, wanneer men met blote voeten loopt, op de grond, pijn doet.
Wat is er aan te doen?
Hier is niets tegen te doen, behalve goed kijken waar je loopt.
WONDJES
Door het caudasyndroom is de huid van de voeten kwetsbaarder. De huid droogt uit, wordt schilferig en gaat gemakkelijk kapot. De huid is dunner, waardoor eerder wondjes ontstaan. Deze genezen ook slechter.
Daarbij komt: doordat de huid gevoelloos of verminderd gevoelig is, worden pijnsignalen niet (goed) doorgegeven, waardoor wondjes en blaren niet of te laat worden opgemerkt, met alle gevolgen van dien.
Wat is er aan te doen?
- Controleer je voeten regelmatig op rare plekjes en beginnende wondjes en ga naar je huisarts als je zulke plekjes of wondjes ziet.
- Wondjes ontstaan snel als je te krappe schoenen draagt en je tenen/voeten langs de binnenkant van je schoenen schuren. Ook hiervoor is het belangrijk om goed passende schoenen te dragen. Vraag zo nodig via je (revalidatie)arts een verwijzing naar een orthopedisch schoenmaker voor een op maat gemaakte schoen.
- Vraag een pedicure, die als specialisatie ‘diabetische voet’ heeft, om advies bij het verzorgen van je voeten.
OEFENINGEN
Er zijn oefeningen die je zelf kunt doen om je voeten sterker te maken:
- Oefening voor de holvoet, om de spieren aan de onderkant van de voet te versterken en de voetboog krachtiger te maken:
Neem een deegroller, een speciale voetmassageroller of een ander rollend voorwerp en leg dat op de grond. Houd één voet op de grond en zet de andere op de roller. Als je het moeilijk vindt om je evenwicht te bewaren, kun je je ergens aan vasthouden; heb je problemen met staan, dan kun je op een stoel gaan zitten. Breng enig gewicht op de roller en rol hem onder je voet naar achteren en naar voren. Druk in het begin niet te hard en bouw de druk en het aantal herhalingen langzaam op.
- Oefening voor de spieren van de tenen en van de voetboog:
Leg een handdoek, een andere doek of papieren servet op de grond. Ga op blote voeten staan, met je tenen over de rand van de handdoek en probeer hem met je tenen onder je voeten te trekken, waarbij je je hielen stil houdt. Een aantal keren herhalen. Om de oefening moeilijker te maken, kun je een langere doek nemen. Als evenwicht en/of staan problemen oplevert, kun je je vasthouden of op een stoel zitten.